Ik wil.	I want.	nederlands-a2 06_willen present_tense
Jij wilt.	You want.	nederlands-a2 06_willen present_tense
Hij wil.	He wants.	nederlands-a2 06_willen present_tense
Wij willen.	We want.	nederlands-a2 06_willen present_tense
Jullie willen.	You all want.	nederlands-a2 06_willen present_tense
Zij willen.	They want.	nederlands-a2 06_willen present_tense
Ik wil koffie.	I want coffee.	nederlands-a2 06_willen example_sentences
Hij wilde naar huis.	He wanted to go home.	nederlands-a2 06_willen example_sentences
Parels voor de zwijnen werpen.	Literally: to cast pearls before swine.	nederlands-a2 06_willen brueghel_proverb
Hem klassieke muziek laten horen is parels voor de zwijnen werpen.	Playing him classical music is casting pearls before swine.	nederlands-a2 06_willen brueghel_proverb
